Doodgaan in Italië

Doodgaan in Italie, begrafenisrituelen, ditisitalie, begrafenis, overlijden, Italiaanse begrafenis‘Ciao Myrthe, ik ben het. Heb je een leuke vakantie? Ik weet niet of je het al gehoord hebt en het spijt me het je misschien als eerste te moeten vertellen, maar ik heb slecht nieuws. Giuseppe is overleden…’

Daar sta je dan, met de telefoonhoorn in je hand. Buiten schijnt de zon, hoor je iemand lachen terwijl mensen wat naar elkaar roepen. Je zou het bijna vergeten door alle vrolijkheid om je heen, maar ook in Italië gaan er mensen dood. Heel vaak op een gezegende leeftijd, na een tijd van ziekte, waarbij iedereen naast het verdriet ook iets van opluchting voelt omdat het lijden voorbij is. Soms jong en geheel onverwachts, je in verbijstering achterlatend. Zoals bij Giuseppe. En waar je ook ter wereld bent, die emoties die je daarbij hebt zijn min of meer hetzelfde voor iedereen. Het zijn de gewoontes en rituelen die onderling vaak zo verschillen, die het afscheid kleuren.

Dorpsgenoot

Als je niet beter zou weten, zou je als Nederlandse lezer denken dat Giuseppe een naast familielid is. Je wordt bij ons over het algemeen alleen gebeld met onheilsberichten als het om een dierbare gaat uit je directe familiekring. Maar Giuseppe was gewoon een dorpsgenoot van mij. Een heel sympathieke man, altijd lachend en vrolijk groetend. Iemand met wie ik af en toe een leuk gesprek voerde, tijdens het wachten op onze beurt in het winkeltje om de hoek. Niet meer dan dat. We dronken zelfs geen kopje koffie samen.

En toch belt de buurvrouw me op. Want zo gaat dat in Italië: iedereen die de overledene kent, wordt zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. De periode tussen overlijden en begraven is namelijk niet langer dan 48 uur en vaak nog korter, zeker in het warme zuiden. Snelle communicatie is dus het devies, zodat iedereen gauw op de hoogte is en kan reageren.

De ‘manifesti’

Vandaar ook die grote witte posters met een zwart randje die je vast weleens bent tegenkomen tijdens je vakantie. In vetgedrukte letters staat er een naam op met wat tekst, een datum en een tijdstip. Al dan niet vergezeld van een portretfotootje. En vaak kom je diezelfde poster op allerlei min of meer strategische plekken tegen. Bij de kerk. Langs een drukke weg. In de buurt van het kerkhof. Of zelfs op een speciaal bord ergens bij een plein. Die posters zorgen ervoor dat iedereen in de buurt in no time op de hoogte is van het slechte nieuws. Ook mensen die verder weg wonen en de overledene kenden: zij krijgen, net als ik, een telefoontje van iemand die het bericht gelezen heeft. En zij bellen dan vervolgens met de post om een telegram met condoleances te laten bezorgen. Of stappen in de auto om persoonlijk te gaan condoleren.

De condoleances

Dat condoleren kan gewoon thuis zijn waar familieleden naast de overledene waken. Maar ook in een apart gedeelte van het ziekenhuis.. Of in een kamertje bij het kerkhof. Of zelfs bij de ambulancedienst. Waarbij de kans groot is dat je langs de dierbare overledenen van anderen moet om bij de familie te komen bij wie jij wilt zijn. Of waar wegens ruimtegebrek in één rouwkamer twee of meerdere families bij hun respectievelijke dierbare staan wegens ruimtegebrek. Wat ik nogal verbijsterend vond, die eerste keer dat ik dat meemaakte. Afscheid nemen is toch iets intiems, iets persoonlijks, waarbij je geen ‘pottenkijkers’ zou willen hebben. Dacht ik. Maar ik leek de enige te zijn die dat zo ervaarde. Mijn Italiaanse gezelschap gedroeg zich alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En gaf een zakdoekje aan een bezoeker van de opgebaarde kamergenoot.

De begrafenismis

Het echte afscheid volgt snel daarop. De begrafenissen die ik tot nu toe bijwoonde, startten allemaal in de kerk. Niet gek natuurlijk, in een vrij katholiek land. Maar zoals wij in Nederland zelfs aan een mis nog iets persoonlijks toevoegen, door de keuze van de muziek of de toespraken die gehouden worden, is het bij mij in de omgeving standaardwerk. Dat viel me extra op toen we op een trieste middag niet één maar twee dorpsbewoners vlak na elkaar naar hun laatste rustplek brachten. Geen zelfgekozen muziek, geen toespraakje van een familielid en/of goede vriend en, triestheid ten top, bijna dezelfde algemene bewoordingen om de overledene te beschrijven. Het enige echte verschil tussen de missen was de naam die genoemd werd. Alsof we niet een – op zijn of haar manier – unieke persoon naar de laatste rustplaats zouden brengen, maar gewoon het volgende nummer uit een lange, lange rij.

Een crematie

Het gevoel dat bleef hangen na die middag werd versterkt tijdens een crematie die ik later bijwoonde. Er zijn niet zoveel crematoria in Italië, waardoor mensen er van heinde en verre naartoe komen en het er over het algemeen vrij druk is. Wij stonden daarom in een lange file van families met kisten die allemaal wachtten op hun beurt. Waar af en toe een begrafenisondernemer tussendoor kwam met zijn ‘vrachtje’ omdat hij nog een hele reis terug voor de boeg had. Zijn kisten kregen daarom voorrang. Waarbij mensen protesteerden. Alsof we in het postkantoor waren of bij de slager en iemand probeerde voor te dringen. De situatie kreeg daardoor iets absurds en we vergaten bijna waarom we daar waren. Tot het moment waarop we met ons groepje in het voorportaal van het crematorium werden toegelaten en het verdriet zich goed liet voelen toen de kist voorgoed achter de deuren verdween. Maar het idee gewoon het zoveelste nummer van die dag te zijn geweest, blijft bij mij wat schuren.

Een onpersoonlijk afscheid

Het is het onpersoonlijke van het afscheidnemen dat me iedere keer opnieuw tegen de borst stuit.  Niet iemands leven herdenken, maar iemand, heel oneerbiedig gezegd, ‘even gauw onder de zoden schoffelen’. Terwijl het verdriet en het gemis er bij de nabestaanden niet minder om is. In tegendeel, misschien laat het zich door zo’n onpersoonlijk afscheid wel extra voelen. Ik ben daarom stiekem blij dat ik ver weg ben en niet naar Giuseppes begrafenis kan gaan. Zoiets kils voor zo’n warm persoon zou ik zeker in zijn geval moeilijk kunnen verkroppen. Ik zucht eens diep, pak de telefoon en bel met de telegramdienst om een bericht te versturen. Zonder de gebruikelijke Italiaanse standaardzinnen, maar eentje met een persoonlijk tintje.

 

Deze column verscheen eerder op ditisitalie.nl
Foto van EdoArtWorks (Flickr)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *