Hoe je vanzelf een Italiaans watje wordt

Italiaanse koukleumen, gewenning aan temperaturen, ditisitalie, Myrthe Claus‘Daar heb je onze Italianen weer!’ Sinds ik in Italië woon, heb ik heb dat heel wat keren gehoord bij een bezoek aan Nederland. En zoals dat gaat met dit soort uitroepen, is de intonatie daarbij alleszeggend: hartelijk verwelkomend, vriendelijk schertsend, ietwat geërgerd of zelfs wat schampertjes.

Dat laatste is gelukkig niet vaak het geval, maar als het gebeurt heeft het betrekking op onze gevoelstemperatuur. Want we hebben altijd net een laagje kleding meer aan dan onze Nederlandse kant van de familie. Of hebben het net wat eerder koud dan de rest van het gezelschap. Dat niet altijd meteen begrijpt dat wij het tegenwoordig best fris vinden in Nederland. En dat ons begrip van een ‘goed weer’ niet meer ‘geen regen’ is, maar ‘weinig tot geen wolken in een stralend blauwe lucht met veel zon’.

Ooit hadden we het niet koud

Ooit was dat wel anders. Vroeger liep ik rustig op een winteravond op blote voeten door de sneeuw naar het schuurtje in de tuin om wat te halen. Fietste ik zonder muts naar school, zelfs bij temperaturen van rond het vriespunt.Sjaals gebruikten we zelden, handschoenen wel wat vaker. In de paasvakantie gingen we naar het strand om op onze badhanddoeken van de eerste zonnestralen te genieten bij temperaturen rond de 18 graden.

De kinderen waren niet anders wat dat betreft: handschoenen waren niet aan ze besteed. Mutsen evenmin: de jongste rukte die, klein als ze was, altijd heel nijdig van haar hoofd. Zo gauw het ophield met regenen kon je ons buiten vinden, helemaal als de zon achter de wolken vandaan kwam. En manlief was bij een bezoek aan Sicilië in maart de enige Italiaan zonder jas tussen warm aangeklede landgenoten.

Lekkere temperaturen

Sinds we in het zonnige Europese zuiden wonen is dat anders. We hebben ons niet alleen de andere leefwijze en -tijden eigengemaakt. Op de een of andere manier heeft ook ons lijf zich langzaam aangepast aan de temperaturen. Dat ging eigenlijk heel geleidelijk. Die eerste jaren hier gebruikten we nauwelijks onze winterjassen, want de temperaturen waren naar ons gevoel altijd aangenaam. In februari ging die jas echt de kast in en zochten we de zomerkleding al op. Waar we in rondliepen tot ergens in oktober, soms zelfs november. De wollen truien verdwenen uit onze kast, dikke sokken hadden we niet nodig. En de meegenomen sjaals uit Nederland lagen samen met de handschoenen in een doos op de kast.

En toen werd het langzaamaan fris…

Maar dat veranderde zonder dat we het zelf direct in de gaten hadden. Het sloop er op de een of andere manier gewoon in. Het begon met het zoeken naar mutsen voor de kinderen, die het koud hadden als ze uit het zwembad kwamen. We kochten een lekkere fleecetrui voor de avonden waarop het toch wat killer werd. En trokken ergens in oktober dikke sokken aan om koude voeten op te warmen. En het resulteerde in een volledige winteruitrusting om de lagere temperaturen te trotseren. Zonder onze warme spullen voelt het echt ‘koud’ tussen eind oktober en half april.

Als nu het kwik tot rond de 18 graden stijgt, ritsen we voorzichtig onze winterjas los. Of, heel gewaagd, doen we een wat dikker vest aan met een shirtje eronder. Maar 18 graden is echt geen reden om meteen naar korte broeken te gaan zoeken, laat staan mee te doen aan de bekende rokjesdag. Heel eerlijk gezegd krijg ik spontaan kippenvel bij het idee. Kortom: we zijn naar Nederlandse begrippen echte Italiaanse koukleumen geworden.

De zomer is fantastisch

Het voordeel van die verschuiving in gevoelstemperatuur is wel dat we ook ’s zomers bij temperaturen van boven de 25 graden goed functioneren. Sterker nog, bij 25 graden of meer voel ik me als een vis in het water: de zomer is echt ‘mijn’ seizoen. In tegenstelling tot het gevoel van eventueel bezoek uit Nederland, dat in de hoogzomerperiode op het heetst van de dag echt wel behoefte heeft aan een siësta. Of aan een bezoekje aan de diepvriesafdeling van de plaatselijke supermarkt om wat af te koelen en te kunnen bijkomen. En het jammer vindt om weer naar huis te gaan, maar wel blij is terug te keren naar de gematigdere Hollandse temperaturen.

Watjes!

Natuurlijk is het Hollandse zomerweer heel aangenaam. Maar een graad of 22 scheelt letterlijk een jas wanneer je lijf in diezelfde periode gewend is aan temperaturen van boven de 30 graden. Dus heb je begin vorige maand vier mensen met dichtgeritste jassen door Amsterdam zien struinen? Met twee pubers die in een mengelmoes van Italiaans en Nederlands ruzie hadden over wie nu de enige meegenomen sjaal om mocht? Dan waren wij dat, vier rasechte Italiaanse watjes!

 

Deze column verscheen eerder op ditisitalie.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *